Leerstoelen/lectoraat

Instituut Gak heeft leerstoelen en een lectoraat ingesteld. Deze worden als volgt bezet:

 

Prof. dr. P.W.C. Koning

Deze leerstoel richt zich op wetenschappelijke kennis op het grensvlak van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid: hoe is het socialezekerheidsstelsel zo in te richten dat werklozen snel de weg naar de arbeidsmarkt terugvinden? Afhankelijk van het handelingsperspectief van partijen kunnen onderzoeksvragen hierbij variëren. Analyses richten zich op de centrale vormgeving van het socialezekerheidsstelsel, bijvoorbeeld op beoogde en niet beoogde effecten van financiële prikkels voor werkgevers bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid van werknemers. Ook de vraag wat er gebeurt met werknemers die voorheen nog werden toegelaten tot een uitkering is hierbij relevant. Daarnaast kunnen analyses ondersteunend zijn bij de uitvoering van sociale zekerheid op decentraal niveau. De leeropdracht gaat uit van een empirische en beleidsmatige benadering, met een sterke nadruk op het meten van de effectiviteit en doelmatigheid van beleidswijzigingen of beleidsinstrumenten.

 

Prof. dr. A.F. Heerma van Voss

De sociale zekerheid heeft diepe wortels. Al in de zeventiende eeuw was de sociale zekerheid in het stedelijke, religieus pluriforme en rijke Nederland beter ontwikkeld dan elders. Lange tradities kunnen onze ideeën over wat rechtvaardig is nog steeds beïnvloeden. Het socialezekerheidsstelsel zoals we het nu kennen, heeft zich pas in de laatste decennia ontwikkeld. De opbouw van dat stelsel was zowel in Nederland als elders een groot maatschappelijk experiment. Tot hoeveel solidariteit zijn we bereid? Hoe kan participatie het best worden bevorderd? Wat is beter, uitvoering door de overheid of uitvoering door sociale partners? Is het beter om daarbij rekening te houden met lokale omstandigheden of voor iedereen in het land dezelfde regels te laten gelden? Bestudering van de geschiedenis leert welke experimenten al zijn uitgevoerd en of ze werkten.

 

Prof. dr. P. Schoukens

In het kader van de leerstoel wordt onderzoek verricht en onderwijs gegeven in de domeinen van het Europees, internationaal en vergelijkend socialezekerheidsrecht. In rechtsvergelijkende studies bezien we het Nederlandse socialezekerheidsrecht in het licht van de algemene juridische beginselen die aan de nationale socialezekerheidsstelsels ten grondslag liggen. Verder wordt onderzoek gedaan naar nieuwe vormen van migratie en de gevolgen daarvan voor de sociale zekerheid. Hierbij gaat bijzondere aandacht uit naar atypische arbeidsvormen (zzp, deeltijdwerk, freelancewerk, arbeid zonder economische drijfveer, enzovoort). Het opnieuw doordenken van Europese en internationale minimumnormen voor sociale zekerheid behoort eveneens tot het inhoudelijke pakket van de leerstoel.

 

Prof. dr. mr. H. van Meerten

Op allerlei terreinen vindt steeds meer internationalisering plaats, ook op het terrein van pensioenen. Sociale zekerheid, waar in een aantal landen het pensioenstelsel deel van uitmaakt, lijkt daarentegen in belangrijke mate een nationale aangelegenheid. De vraag is echter: kunnen we bij de inrichting van ons nationale pensioenstelsel wel buiten Europa? Daarnaast is er een groeiend probleem aangaande de beperkte keuzevrijheid die de deelnemer (vooral in Nederland) heeft ten aanzien van het pensioenfonds waar men vaak verplicht bij aangesloten is. De beperking van de keuzemogelijkheden heeft een sociale doelstelling. Tegelijkertijd vragen deelnemers om meer inspraak.
In deze leerstoel wordt onderzocht welke invloed EU-wetgeving heeft op ons pensioenstelsel en of die tot een verbetering van pensioenen kan leiden? Daarbij is speciale aandacht voor de zogenaamde premiepensioeninstelling (PPI). Dit is een nieuwe entiteit, ingesteld mede op basis van Europese regelgeving, die pensioenen grensoverschrijdend kan aanbieden. Lukt het PPI-instellingen om vanuit Nederland en andere EU-landen deelnemers inderdaad meer keuzevrijheid te bieden? De onderzoeksopdracht Internationaal Pensioenrecht bestaat
uit drie onderdelen:

1. een ‘algemeen’ deel dat medio 2019 zal resulteren in een handboek EU-pensioenrecht (hoofduitvoerder hoogleraar
Hans van Meerten);
2. een deel waarin wordt nagegaan welke juridische mogelijkheden er zijn voor PPI’s en in hoeverre deze PPI’s kunnen bijdragen aan meer kostenefficiënte pensioenen. Dit deel zal resulteren in een proefschrift (hoofduitvoerder AIO Elmar Schmidt);
3. een deel waarin wordt ingegaan op de vraag hoe de (grensoverschrijdende) waardeoverdracht van pensioenkapitaal verbeterd kan worden en welke EU-regelgeving hierop invloed heeft. Dit deel zal resulteren in
twee wetenschappelijke publicaties per jaar (hoofduitvoerder hoogleraar Hans van Meerten).

 

Prof. dr. C. van Ewijk

Nederland heeft een sterk pensioenstelsel dat in de vorige eeuw door de sociale partners is opgebouwd, met – naast de AOW – diverse kapitaalgedekte aanvullende pensioenen. Maar wat is de toekomst hiervan? Mede door de vergrijzing kent het stelsel een aantal uitdagingen, vooral bij de aanvullende pensioenen. Met de groeiende pensioenvermogens nemen ook de risico’s toe en wordt het moelijker om de deelnemers zekerheid met betrekking tot de hoogte van het pensioen te bieden. Vragen die bij deze leerstoel aan bod komen, zijn: hoe kunnen pensioenbesparingen bijdragen aan de groei en stabiliteit van de Nederlandse economie? Wat is de rol van pensioenen in de financiële planning over de levensloop van individuele deelnemers? Welke mogelijkheden zijn er om tot verbindingen te komen tussen pensioenen, ouderenzorg, hypotheken en woonvoorzieningen, en wat is daarbij de gewenste balans tussen collectieve uitvoering en individuele keuzevrijheid?

 

Prof. dr. K.P. Goudswaard

Bij deze leerstoel komen in het bijzonder sociaaleconomische aspecten van sociale zekerheid aan de orde, zowel in nationaal als in internationaal vergelijkend verband. In eerdere studies zijn onder andere de effecten van socialezekerheidsregelingen op inkomensverdeling en armoede onderzocht. In het lopende onderzoek ligt de nadruk op sociale zekerheid en zelfredzaamheid gedurende de levenscyclus. Hierbij staan de volgende vragen centraal:

  1. In hoeverre verzacht sociale zekerheid inkomensschokken en ongelijkheid?
  2. Hoe groot is de zelfredzaamheid van mensen met betrekking tot werk?
  3. Hoe groot is de zelfredzaamheid van mensen met betrekking tot sparen en pensioen?
  4. Hoe verhoudt de combinatie van zelfredzaamheid en sociale bescherming in Nederland zich tot die van andere landen?

Naast het onderzoek wordt in het kader van deze leerstoel het keuzevak ‘Sociale zekerheid’ gegeven, dat openstaat voor alle studenten van de Universiteit Leiden, en het onderzoeksintensieve vervolgvak ‘Hervorming van sociale regelgeving’.

 

 

Prof. dr. T.E. Nijman

Het Nederlandse pensioenstelsel is complex, nieuwe keuze-elementen zijn niet gemakkelijk toe te voegen en de uitkeringen zijn zeer gevoelig voor fluctuaties in vooral de rente. Binnen veel instellingen (SER, kabinet, Pensioenfederatie) wordt dan ook nagedacht over een vernieuwd stelsel gebaseerd op persoonlijke pensioenrekeningen met risicodeling (PPR). Er zijn vele varianten van PPR mogelijk. De uitdaging is om aantrekkelijke pensioenarrangementen te vinden, die aansluiten bij wensen van deelnemers zoals die zijn geïnventariseerd in de Nationale Pensioendialoog, en die deelnemers een adequaat pensioen bieden waarin risico’s optimaal worden gedeeld. Vanwege de complexiteit van deze problematiek is wetenschappelijk onderzoek onontbeerlijk om tot bevredigende en duurzame oplossingen te komen. Het gaat daarbij zowel om specialistisch economisch onderzoek naar de vraag hoe om te gaan met het delen van risico’s en met verwachte rendementen, als om afstemming met andere disciplines (waaronder rechten en sociologie) om begripsverwarring en eenzijdige visies te voorkomen.

 

Prof. dr. M. Heemskerk

Deze leerstoel is bedoeld om bij te dragen aan de ontwikkeling van het wetenschapsgebied pensioenrecht. Bij het pensioenrecht gaat het om inkomenszekerheid bij pensioen en arbeidsongeschiktheid, en inkomenszekerheid voor nabestaanden. Vergrijzings- en verdelingsvraagstukken die invloed hebben op de toekomst(bestendigheid) van het pensioenstelsel hebben daarbij de bijzondere aandacht. De leeropdracht richt zich vooral op het arbeidsgerelateerde pensioen. Onderdeel van de leerstoel is het verzorgen van onderwijs, het verrichten van onderzoek en het publiceren over het pensioenrecht. Zo wordt in Nijmegen het mastervak ‘Pensioenrecht’ aangeboden, waarvoor in 2015 het boek Pensioenrecht is ontwikkeld. Het wetenschappelijk onderzoek naar pensioenrecht dat aan de leerstoel is gekoppeld, bestudeert de juridische en maatschappelijke solidariteitsgrenzen binnen het pensioenstelsel en de verhouding
tussen juridische en economische eigendomsrechten bij pensioen.

 

Prof. dr. O. van Vliet

De nieuwe leerstoel Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid in Internationaal Perspectief geeft Van Vliet de mogelijkheid om internationaal vergelijkend onderzoek naar veranderingen op het terrein van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt verder te ontwikkelen. Economische en maatschappelijke ontwikkelingen als globalisering, migratie, technologische vooruitgang en vergrijzing leveren moeilijke, strategische dilemma’s op ten aanzien van de inrichting van sociale stelsels. Van Vliet’s onderzoek is erop gericht om met internationaal vergelijkende analyses inzicht te bieden in de verschillende typen sociale hervormingen die onder verschillende politiek-economische omstandigheden tot stand komen. Ook de rol van de beleidsagenda van de Europese Unie is hierbij van belang. Een ander belangrijk thema in dit verband is de invloed van de toenemende (arbeids-)migratie op de nationale stelsels van sociale zekerheid.

 

Prof. dr. G.J. Vonk

De leerstoel socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen is ondergebracht bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde. Er wordt invulling gegeven aan onderzoeks- en onderwijstaken op het gebied van socialezekerheidsrecht als een zelfstandig onderwerp. De nadruk ligt op de publiekrechtelijke inbedding van de sociale zekerheid. Deze benadering is bijzonder, omdat aan andere Nederlandse universiteiten het socialezekerheidsrecht veeleer wordt bestudeerd in samenhang met het arbeidsrecht, als een onderdeel van het sociaal recht. In Groningen wordt het socialezekerheidsrecht eerder bezien als een bijzonder deel van het bestuursrecht, naast bijvoorbeeld het omgevingsrecht en het vreemdelingenrecht. Deze constructie laat onverlet dat er een goede samenwerking is met het wetenschapsgebied arbeidsrecht. Ook aan het internationaal en Europees socialezekerheidsrecht wordt veel aandacht besteed.

 

Prof. dr. mr. W.L. Roozendaal

In deze leeropdracht gaat het om de bestudering van het socialezekerheidsrecht in Nederland. Socialezekerheidsrecht is het geheel aan regelingen die inkomensbescherming bieden bij sociale risico’s als ziekte, werkloosheid en armlastigheid, en die uitkeringsgerechtigden steun geven bij het vinden van werk. Het rechtsgebied staat niet op zichzelf, maar heeft belangrijke raakvlakken met andere rechtsgebieden zoals het arbeidsrecht, het algemene bestuursrecht en het gezondheidsrecht. Een en ander moet in overeenstemming zijn met hogere regelgeving zoals Europees recht en grondrechten. Het onderzoek binnen deze leerstoel legt een accent op de aansluiting van het socialezekerheidsrecht op het arbeidsrecht, alsmede de doorwerking van grondrechten in het socialezekerheidsrecht. De leerstoel krijgt tevens vorm in het onderwijscurriculum en bestaat uit mastercursussen en postacademisch onderwijs aan advocaten.

 

Prof. dr. S. Brouwer

In de huidige participatiemaatschappij wordt ernaar gestreefd dat ook mensen met gezondheidsbeperkingen deelnemen aan regulier werk. Ondanks substantiële hervormingen in het socialezekerheidsstelsel – zoals de invoering van de Participatiewet, versobering van oudedagsvoorzieningen en decentralisatie van taken naar het gemeentelijk niveau – is de arbeidsdeelname van deze kwetsbare groep nog steeds laag en blijft deze fors achter bij die van gezonde personen. De leerstoel richt zich op het versterken van de arbeidsdeelname van zowel chronisch zieken als arbeidsgehandicapten. Centraal in het onderzoek staat de vraag op welke wijze effectieve en duurzame mogelijkheden tot arbeidsparticipatie voor de doelgroep kunnen worden gerealiseerd. Dit vraagt om kennisontwikkeling, meting van effecten van maatregelen en implementatie. Het onderzoek wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met praktijkorganisaties zoals het UWV, gemeenten, werkgevers en zorg-, onderwijs- en overheidsinstellingen.

 

Prof. dr. J.C. Vrooman

De leerstoel richt zich op theorie-gestuurd sociologisch onderzoek naar de voorwaarden en regelingen die eraan bijdragen dat burgers over een toereikend inkomen beschikken en actief kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt en maatschappij. Speciale aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen, zoals (arbeids) migranten, arbeidsongeschikten, laaggeschoolden en mensen met weinig inkomen in relatie tot de invloed van het lokale, nationale en Europese beleid op hun sociale positie. De leerstoel is ingebed in het Interuniversity Centre for Social Science Theory and Methodology (ICS), de oudste sociologische graduate school van Nederland. Er bestaat nauwe samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau en er is verbinding met het strategisch thema ‘Instituties voor Open Samenlevingen’ van de Universiteit Utrecht. Daarin bundelen wetenschappers uit verschillende disciplines (economie, sociologie, geschiedenis, bestuurskunde, recht) hun kennis.

 

Prof. dr. D.J. van Vuuren

De leerstoel richt zich op de economische analyse van de sociale zekerheid. Veranderingen in de Nederlandse maatschappij leiden tot vragen over de organisatie van de sociale zekerheid – in het bijzonder over de noodzaak, doeltreffendheid en de efficiëntie van de verschillende socialezekerheidsarrangementen. De bevolking vergrijst, het aandeel eenpersoonshuishoudens neemt toe en het vaste arbeidscontract is op zijn retour. Er moeten fundamentele keuzes worden gemaakt om het socialezekerheidsstelsel toekomstbestendiger te maken. Vragen die in het kader van de leerstoel aan bod komen, zijn onder andere: welke baten ontlenen verschillende groepen in de samenleving aan verzekering, inkomensherverdeling en de verplichtstelling van socialezekerheidsarrangementen? Wat zijn de toekomstverwachtingen ten aanzien van de maatschappelijke behoefte aan sociale zekerheid? In welke mate veranderen werkenden en werkgevers hun gedrag onder invloed van de sociale zekerheid? Hoe kunnen socialezekerheidsarrangementen het beste worden gericht op degenen die daar de meeste baat bij hebben?

 

Prof. dr. M.J. Keune

Binnen de leeropdracht wordt de rol van vakbonden en werkgevers wat betreft sociale zekerheid en arbeidsmarkt geanalyseerd. Ook wordt er gekeken naar de ideeën en het beleid van deze twee actoren ten aanzien van sociale zekerheid en arbeidsmarkt en ten aanzien van overheids- en EU-beleid. Onderdeel van het wetenschapsgebied zijn de machtsverhoudingen, de mate van consensus en conflict tussen vakbonden en werkgevers, en de uitkomsten van hun acties. Hoofdvragen zijn: hoe beïnvloeden vakbonden, werkgevers en hun organisaties de kwaliteit van de arbeid binnen bedrijven, organisaties en sectoren; hoe dragen werkgevers en bonden bij aan socialezekerheids- en arbeidsmarktbeleid; en hoe spelen ze in op veranderende economische omstandigheden en overheidsbeleid waarbij de karakteristieken van de actoren en hun onderlinge relaties en machtsverhoudingen een rol spelen. De leerstoel krijgt vorm in zowel onderzoek als onderwijs. Wat onderzoek betreft is de leerstoelhouder actief in een groot aantal beleidsrelevante onderzoeksprojecten, samen met collega’s uit binnen- en buitenland. Wat onderwijs betreft worden de thema’s van de leerstoel in een aantal mastercursussen aangeboden.

 

Dr. P.C.J. Oomens

Doel van dit lectoraat is het ontwikkelen en borgen van kennis en vaardigheden omtrent het optimaliseren van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, ook bij mensen met een (dreigende) beperking. Het bijzonder lectoraat ‘Arbeidsdeskundigheid’ wil arbeidsdeskundigen en aanverwante professionals helpen om hun taken ook in de toekomst goed te blijven uitvoeren. De onderzoekers van het lectoraat doen dit door nieuwe kennis te ontwikkelen en bestaande kennis en methoden op het gebied van arbeidsdeskundigheid te borgen, zodat het arbeidsdeskundig handelen in toenemende mate evidence-based wordt.